Paul Cools bij Radio 1
04-07-2017
De digitale toekomst van de advocatuur
13-07-2017
Toon alles

La-On steunt theatervoorstelling tijdens Zomer van Antwerpen om bijzondere reden

“In het leven wordt noodzaak soms een deugd. Maar met liefde en passie wordt noodzaak altijd een deugd. Als advocaten zou onze ontgoocheling groter zijn geweest mocht Alfons De Ridder geen schrijver zijn geworden.”

Voor de theatervoorstelling “Een ontgoocheling” inspireerde Adriaan Van Aken zich op de gelijknamige novelle van Willem Elsschot. La-On sponsort deze voorstelling omdat Elsschot bijna een advocaat was geweest en de thematiek ons raakt.

Het is een jaarlijkse traditie waarnaar elke Antwerpenaar uitkijkt: de Zomer van Antwerpen. In de maanden juli en augustus zijn er op verrassende plekken muziekoptredens, theaterstukken en performances te zien. Meer dan 270 000 toeschouwers kwamen vorig jaar kijken.

In het Koninklijk Atheneum speelt “Een ontgoocheling”. Geen toevallige locatie, want Elsschot liep er zelf school. Het was op die schoolbanken dat zijn liefde voor het Nederlands werd aangewakkerd en dat zijn toekomstige carrière aan de balie werd gefnuikt. Want vader Elsschot had graag gehad dat zijn zoon zou pleiten. Maar de advocatuur was toen nog Franstalig en de jonge Elsschot was niet vaardig genoeg in de taal van Molière.

Het mooie aan dit project is dat ook de leerlingen van het Atheneum betrokken worden. Een audiowandeling doorheen de gebouwen leert ons hoe deze tieners omgaan met verwachtingen en ontgoochelingen. Vaak zijn het erg persoonlijke verhalen, soms van leerlingen die op de vlucht zijn voor het geweld in het Midden-Oosten.

Als onderneming vinden we het belangrijk om sociaal-culturele projecten te ondersteunen.

Voor het tekstboekje schreven we deze bijdrage:

Confrater Elsschot

Bijna was Willem Elsschot een confrater geweest. Want vader Elsschot had graag gehad dat zijn zoon dokter of advocaat was geworden. Maar de schooltijd in het Koninklijk Atheneum besliste er anders over. Het Frans van -toen nog- Alfons De Ridder, was niet goed genoeg. Als bakkerszoon kwam hij niet uit een familie van Franstaligen en sprak hij niet de taal van de bourgeoisie. Het zou tot na de Tweede Wereldoorlog duren voordat het sociaal aanvaard werd dat advocaten en dokters enkel Nederlands spraken.

Dat Elsschot deze mislukking in een roman goot, is voor ons een bijzondere reden om dit project te ondersteunen. Ook wij zien als advocaten dagelijks ontgoochelingen. Mensen met pech, mensen die geen gelijke kansen hebben gehad. Mensen die minder goed zijn met taal en woorden.

Maar zonder ontgoocheling was Alfons De Ridder nooit Willem Elsschot geworden. Dan was de invloed van zijn leraar Nederlands Paul De Mont nooit zo groot geweest. De liefde voor zijn moedertaal had nooit kunnen groeien zonder de teleurstelling in het Frans.

In het leven wordt noodzaak soms een deugd. Maar met liefde en passie wordt noodzaak altijd een deugd. Als advocaten zou onze ontgoocheling groter zijn geweest mocht Alfons De Ridder geen schrijver zijn geworden. Want om die dagelijkse mislukkingen en ontgoochelingen in de praktijk even te vergeten, verliezen we ons graag in Elsschots literatuur. En zo is Elsschot misschien toch nog een confrater, een echte compagnon de route.