Haar vader was bevriend met beeldhouwer Albert Poels. Ze hadden de afspraak dat Anne-Mie Van Kerckhoven vanaf haar twaalfde bij hem in de leer te gaan, maar toen het zo ver was, stootte het klassieke leerling-meestertraject haar af. Ze wilde haar eigen pad bewandelen, en dus ging ze pas na de humaniora echt kunst gaan studeren. Die eigenzinnigheid wierp zijn vruchten af: ze brak met haar tekeningen, schilderijen, installaties en video’s door als een van de belangrijkste vrouwelijke hedendaagse kunstenaars in België.
“I’m a goddamn marvel of modern science,” zegt Jack Nicholson in ‘One Flew Over the Cuckoo’s Nest’. Wie denkt dat de jaren ’60 boeiend waren, vergist zich. Tien jaar later werd de wereld overspoeld met cultfilms zoals ‘One Flew (…)’, ‘Monty Python and the Holy Grail’ en ‘Taxi Driver’. Tegelijk brachten muzikanten zoals Pink Floyd hun iconische platen als ‘Dark Side of the Moon’ uit, terwijl Elton John zijn hoogdagen beleefde. Ook in Antwerpen krioelde het van de creativiteit, met tal van avant-gardistische bewegingen. In deze boeiende periode studeerde de jonge Van Kerckhoven af aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten. “In de Wolstraat gebeurde veel bij het kunstenaarscollectief Ercola. Onder andere enkele universiteitsstudenten uit klassieke richtingen zoals Germaanse talen organiseerden er performances. Het waren aspirant-wetenschappers die nog twijfelden over een academische carrière omdat ze ervan droomden om muzikant of kunstenaar te worden. Middenin deze creatieve smeltkroes ontmoetten mijn toenmalig lief, performer Hugo Roelandt, en ik Luc Steels. Hij zou mee de richting van mijn kunstenaarschap bepalen.”
Steels, een pionier in artificiële intelligentie, werkte in de jaren zeventig aan doorbraakprojecten in computertechnologie. “Al die ontwikkelingen maakten grote indruk op mij. We gingen samen naar de beruchte tentoonstelling ‘Vrijgezellenmachines’ kijken in het Stedelijk Museum van Amsterdam, met onder andere werk van Marcel Duchamp en allerlei ingewikkelde apparaten die gebruikt werden door mannen om te masturberen. Ik las ‘Tractatus Logico-Philosophicus’ van Wittgenstein omdat ik een enorme honger had naar kennis en ideeën, vooral naar alles wat onbekend en abstract was, zoals ook de literatuur van Markies de Sade die in die periode opnieuw werd gepubliceerd. Maar ook wetenschappelijke tijdschriften waren heel dankbaar voor mijn werk. Zo had ik een abonnement op ‘New Scientist’. Sommige zinnen en termen hierin vond ik zo sexy klinken dat ik ze in mijn tekeningen opnam. Ze lagen ook aan de grondslag van mijn collage-teksten die uitgroeiden tot manifesten.”
Van Kerckhoven ging eerst als vormgever aan de slag bij een producent van onder meer geigertellers aan de Oude Korenmarkt. “Daar ontwierp ik folders, zoals een vrouw in bikini met zo’n kastje in haar hand. Het was ook in die tijd dat Steels mij vroeg om zijn doctoraatsthesis met tekeningen op te vrolijken. Zijn onderwerp was de computersimulatie van een vertaalmachine. Iets wat nu heel vanzelfsprekend is, maar op dat moment nog heel futuristisch klonk. Mijn beelden animeerde hij met de allereerste AI-technologie.” Niet veel later volgden haar eerste tentoonstelling en installatie in Amsterdam, een belangrijk moment. “In die tijd had je in veel steden winkels waar je free press kon kopen, publicaties en platen die kunstenaars zelf uitbrachten. Vaak was er achteraan ook een kleine ruimte voor tentoonstellingen. In Amsterdam stelde ik voor het eerst beelden op plexiglas tentoon, een materiaal waarmee ik begon te experimenteren toen ik werkte in een fabriek voor neon- en plexi reclamepanelen. Resten die anders werden weggegooid, nam ik mee naar huis. Dat was de invloed van onze leraren aan de Academie en het rapport ‘De grenzen aan de groei’ van de Club van Rome. Ik ben nu pas bijna door mijn voorraad heen.” (lacht)
In 1982 werd ze dan opgepikt door Zeno X Gallery, die later ook onder anderen Luc Tuymans, Michaël Borremans en Marlene Dumas zou vertegenwoordigen. Dit betekende ineens ook haar introductie in het traditionele kunstcircuit. Vanuit New York en Parijs is er opnieuw interesse in haar vroege werken. “Na 45 jaar, is dat niet ongelofelijk?” Toeval speelde vaker een rol in haar carrière, niet alleen in materiaalkeuze. “Ik kwam in Amsterdam aan met werken die ik tegen de muur wilde nagelen, maar er bleken alleen betonwanden te zijn. De expo opende drie uur later, dus nood brak wet en ik hing alles op aan draagbalken. Dat werd zo mijn eerste installatie.” In het begin, toen ze nog uitsluitend tekeningen maakte, werd haar voortdurend gevraagd om die te verklaren, maar Van Kerckhoven had daar lak aan wat haar tekeningen betrof. “Men vond dat ik tekeningen moest uitleggen, maar die kwamen uit mijn onbewuste. Er zijn vier fundamentele krachten: zwaartekracht, middelpuntvliedende kracht, zwakke en sterke kernkracht. Over de vijfde bestaat discussie, maar voor mij is dat verbeelding. Mijn werk ontleden zou die verbeelding doorbreken, want die staat buiten mij. Soms maak ik iets waarvan ik vind dat niet ik het heb gemaakt, maar dat het tot mij is gekomen. Noem daarom niet alles van mij kunst. Al zou je sommige werken als relikwieën kunnen beschouwen waarvoor mensen geld willen geven, door het parcours dat ik heb afgelegd.” Verkopen is nooit haar drijfveer geweest, wat vaak botste met haar galeristen. Ze weigerde haar werk commerciëler te maken. “Natuurlijk wil ik ook graag rijk en beroemd zijn, maar niet ten koste van alles. De kunstmarkten bespelen zodat je werk kunstmatig in waarde stijgt, daar pas ik voor. Ik heb heel wat kritiek en denigrerende opmerkingen moeten slikken omdat ik voet bij stuk hield. Vandaag zou dat een toxische werkomgeving worden genoemd. Misschien zou men minder moeilijk hebben gedaan als ik een man was geweest.”
Ze heeft zich er nooit door laten ontmoedigen. Kunst maken werkte voor Van Kerckhoven therapeutisch. “Al tekenend heb ik alles verwerkt, al kwam dat besef pas in 2008 tijdens mijn overzichtstentoonstelling in het Wiels. Toen ik die honderden tekeningen bij elkaar zag, realiseerde ik me dat ze gingen over wat jonge vrouwen ervoeren in een mannenwereld. Ook in zogenaamde progressieve kringen zoals de Academie heerste er een hiërarchie tussen mannen en vrouwen. Maar ik voelde nooit de behoefte om dat expliciet te maken. Het gebruik van wetenschappelijke theorieën en A.I.-terminologie werd uiteindelijk heel verklarend. Mijn omgeving eiste uitleg over mijn werk, en zo theoretiseerde ik die in de trant van traktaten. Die teksten zijn dan op zichzelf kunstwerken geworden.”
Ze heeft altijd conventies uitgedaagd. Als tiener wilde ze naar een grafische richting in Turnhout, maar ze moest een algemene opleiding volgen omdat haar resultaten te goed waren. Dat haar die kans is ontnomen, vindt ze nog altijd frustrerend. De jaren die ze niet aan kunst heeft kunnen besteden, beschouwt ze als tijdverlies. Haar ouders konden toen niet vermoeden dat hun dochter ooit zou exposeren in musea. Zelfs kunstpaus Jan Hoet ging overstag voor AMVK, zoals ze zichzelf afkort. Recent rondde ze een residentie in het Frans Masereelcentrum af, ze gaat in januari exposeren in haar galerie in Berlijn en mocht onlangs naar Cyprus vertrekken voor een tentoonstelling rond nieuwe soorten van intelligentie. Door de doorbraak van AI is haar werk relevanter dan ooit. “In 1986 schreef ik hier al over. Ik hou ervan om abstracte ideeën in beeld om te zetten. Ik vergelijk mijn werk graag met dat van Berberweefsters. Omdat zij zich niet vrij konden uitdrukken, weefden ze tapijten in abstracte patronen. Zo kijk ik ook graag naar alles wat ik maak: als uitgepuurde communicatie.” Op haar tentoonstelling in New York kreeg ze het compliment dat wat ze doet, precies is wat de hedendaagse generatie graag zou kunnen maken. Het is het resultaat van een heel leven experimenteren. “Helaas ben je als kunstenaar voor je zichtbaarheid grotendeels afhankelijk van het galeriewezen. Vandaag ben ik gelukkig weer minder gebonden, en kan ik weer volop aan de slag met nieuwe tekeningen. De teksten die erbij staan vormen de inspirerende context die ik telkens opnieuw vind in Margarete Poretes ‘De Spiegel der Eenvoudige Zielen,’ een middeleeuwse mystieke bestseller.” Op die manier koppelt Van Kerckhoven schoonheid met intellectualiteit. “Inhoud, vormen en kleuren moeten een evenwicht vinden. Esthetiek heeft te maken met verhoudingen.”
